Belang van het terugkeren van een collegegeldbeurs voor excellente studenten

Belang van het terugkeren van een collegegeldbeurs voor excellente studenten (“Huygens 2.0”)

In het kader van bezuinigingen de afgelopen jaren zijn er steeds minder beurzen beschikbaar voor het financieren van een studie aan een buitenlandse topuniversiteit.
NWS betreurt dit. Hoewel NWS tevreden is met initiatieven zoals het collegegeldkrediet en aanvullende leenfaciliteiten vanuit Erasmus for all, welke de uitgaande mobiliteit bevorderen, is dit niet voldoende.

Er zijn bepaalde universiteiten in het buitenland die internationaal toponderwijs aanbieden. Voorbeelden hiervan zijn universiteiten als Harvard, Yale, Cambridge, Oxford, Imperial en de London School of Economics. De collegegelden reflecteren dit uitstekende onderwijs. Bedragen van boven de 40.000 euro voor een volledige opleiding zijn (helaas) geen uitzondering.

Deze bedragen zijn zodanig hoog, dat slechts weinig studenten dit uit eigen middelen kunnen financieren en bovendien zijn leningen niet toereikend. Hier bovenop komen de ingrijpende hervormingen van het Nederlandse financieringssysteem voor het hoger onderwijs, die de positie van studenten die zijn toegelaten tot programma’s aan deze topuniversiteiten verder bemoeilijken.

Dit heeft tot gevolg dat minder Nederlands toptalent aan bovengenoemde universiteiten zal kunnen studeren. Waar in het verleden instituten als Harvard of Oxford een groot aantal Nederlanders in hun gelederen hadden, wordt dit nu aantoonbaar minder. De eerste effecten van het afschaffen van de Huygensbeurs zijn ingrijpend. Twee van de duurste en meest bekende tweejarige LSE-masters, de MPA en de MSc World History, hebben nu geen Nederlandse studenten meer, tegenover gemiddeld twee Nederlanders per jaar in vorige jaren (grotendeels gefinancierd door de Huygensbeurs).

Ook in Oxford zijn de gevolgen groot: ten minste drie personen die aangenomen waren voor een PhD hebben in de afgelopen jaren deze plekken vanwege geldgebrek niet kunnen accepteren. Er zijn bovendien voorbeelden (onder andere in Chicago) van studenten die met heel veel moeite het eerste jaar van hun (meerjarige) master of PhD kunnen betalen, maar vervolgens alsnog, uit financiële overwegingen, halverwege de studie dreigen te moeten opgeven.

Onderzoek door NWS in de afgelopen jaren toont aan dat Nederlanders die in het buitenland studeren in de meeste gevallen na de studie weer terugkeren naar Nederland voor het vinden van een baan.  NWS maakt zich daarom zorgen dat het groeiende gebrek aan financiële ondersteuning ook negatieve effecten zal hebben op de Nederlandse kenniseconomie. Naast het feit dat topuniversiteiten studenten kwalitatief zeer goed onderwijs bieden, bouwt de student ook een waardevol internationaal netwerk op. Dit netwerk kan in de toekomst worden ingezet voor  “B.V. Nederland”, en wordt nu verloren.

Wat is de oplossing? NWS gelooft niet in het herinvoeren van de Huygensbeurs. De veelgehoorde kritiek dat te grote bedragen naar te weinig studenten gingen is begrijpelijk. NWS is van mening dat de grootste blokkade voor studenten het collegeld is, en NWS zou graag zien dat er spoedig een nieuwe beurs wordt ingevoerd die toptalent een tegemoetkoming in het collegeld kan bieden. Tegelijkertijd is NWS tegen een extra maandelijkse toelage voor leefkosten. Dit is een onnodig “luxe”-product; een student kan hiervoor de leenmogelijkheden van DUO gebruiken.

Aangezien uitgaande mobiliteit omlaag gaat als neveneffect van het invoeren van het sociaal leenstelsel, is er een sterk argument om hiervoor via andere weg te compenseren.

In het kader van de ombuigingen aangaande studiefinanciering komt 80 miljoen euro vrij, een bedrag dat opnieuw zal worden geïnvesteerd in het hoger onderwijs.

NWS is van mening dat een klein deel van dit geld dit probleem op betaalbare, duurzame en effectieve wijze op kan lossen. Geschat wordt dat de uitgifte van 50 tot 100 beurzen van het collegegeld al een belangrijke stap zou zijn in het garanderen van de toegankelijkheid. Met een gemiddeld collegegeld van zo’n 20.000 euro zou dit “slechts” 1 tot 2 miljoen euro betekenen – met een cruciale impuls voor Nederlands toptalent als gevolg.