Deze pagina is middels een geautomatiseerd proces voor archiveringsdoeleinden geïmporteerd uit de oude website van NWS (toen nog: NEWS). Dientengevolge ontbreken sommige afbeeldingen en is een aantal hyperlinks niet langer opvraagbaar. Onze excuses voor het ongemak.

Als je wordt uitgenodigd om een jaar aan Columbia University in New York te studeren, zeg je geen “nee”. Maar in de hoofdstad van de mondiale megaconsumptie is het verstandig zo af en toe een aanbod af te slaan en niet op elke verleiding in te gaan. Studeren in New York gaat over keuzes maken en prioriteiten stellen. En die zijn niet voor iedereen hetzelfde.

Toen ik in Augustus aankwam in de verzengend hete broeikas die New York ’s zomers pleegt te zijn, geloofde ik nog in de voorspiegeling van een jaar lang hippe theaters, restaurantjes, decadente uitgaansgelegenheden en de zegeningen van de grootste verzameling winkels ter wereld. Vrienden en familie hadden wellicht soortgelijke ideeën bij de start van mijn tweejarige masteropleiding in International & World History, waarbij het tweede jaar overigens als smakelijk toetje aan de London School of Economics wordt opgediend.

Ruim een half jaar is inmiddels verstreken sinds mijn studie hier begonnen is en New York is veel méér gebleken dan de verzameling vooroordelen, verwachtingen en voorbeelden uit “Sex and the City”. Of eigenlijk veel minder, en dat is helemaal niet erg. Zo blijkt het best mogelijk te zijn een relatief gewoon studentenleven in New York te leiden. Als ik dagelijks van mijn appartement in Harlem naar de vlakbij gelegen campus van Columbia University loop, lijkt de grote stad met haar hoogbouw, toeterende taxi’s en verdwaalde toeristen mijlenver weg. En dat is ze overigens ook. New York is soms intimiderend groot. Elke van de vijf grote wijken (Manhattan, Bronx, Queens, Brooklyn, Staten Island) is een miljoenenmetropool op zichzelf en wie in de rammelende karkassen van het verwaarloosde metrosysteem van noord naar zuid wil reizen, kan daar gerust twee uur voor uittrekken.

Wie inzoomt op de verschillende wijken ontdekt echter fascinerende stedelijke microkosmossen, waarin elke verzameling stratenblokken zijn eigen etnische en sociaaleconomische samenstelling kent. De campus van Columbia University, ten noorden van Central Park, ligt op het breukvlak waar twee van die microkosmossen samenkomen: de hippe Upper Westside, waar de industriebaronnen uit de vroege twintigste eeuw hebben plaatsgemaakt voor yuppen, bankiers en ambassadepersoneel, en de multiculturele smeltkroes van het snel veranderende Harlem. In deze wijk, die in de jaren twintig van de vorige eeuw de bakermat van de jazz en de afro-amerikaanse cultuur was, zijn de sporen van de rassenrellen uit de jaren zeventig inmiddels uitgewist en wordt de verpaupering tegengegaan met de bouw van modeketens en megabioscopen, wat overigens niet door iedereen op prijs wordt gesteld.

Niettemin is Harlem voor mij een fijne uitvalsbasis voor een jaar New York gebleken, al was het maar om af en toe te ontkomen aan de op hol geslagen mensenmassa die zuidelijker delen van Manhattan bevolkt. Twee jaar geleden studeerde ik een aantal maanden de Universiteit van Wisconsin in het toen nog gemoedelijke Madison. Hoewel een wekenlange vakbondsopstand deze stad inmiddels tot wereldnieuws heeft gemaakt, kan het contrast tussen de kalme provincieplaats in het Midwesten en de megametropool New York natuurlijk niet groter zijn. Dat geldt ook voor het studentenleven. Daar waar de universiteit van Wisconsin niet alleen het academische, maar ook het sportieve en sociale hart van de anders nogal droefgeestige hoofdstad van een plattelandstaat was, daar is Columbia University niet meer dan een vlekje op de landkaart van New York. De 20.000 Columbia studenten, waarvan ruim de helft een mastersprogramma of PhD-opleiding volgt, gaan ogenschijnlijk ongemerkt op in de megastad die hen omringt. En dus vallen de sportteams, studieclubjes en beruchte studentenverenigingen (de “fraternities” en “sorrorities”) amper op.

Bovendien lijken hier de meeste studenten zich alvast het levensritme van hun latere loopbanen in New York te hebben aangemeten: veel werken, weinig slapen en sociaal contact in dienst van persoonlijke vooruitgang. Misschien mag je het de studenten van Columbia niet eens kwalijk nemen dat ze relatief weinig interesse in hun medestudenten tonen. Immers, wie toegelaten wil worden tot deze Ivy League universiteit moet zich niet alleen een weg ellebogen langs de bureaucratische nachtmerrie van het aanmeldproces, maar tevens meer dan 30.000 euro collegegeld per jaar ophoesten. Terwijl Nederlandse studenten onlangs naar het Malieveld togen uit woede over de mogelijke invoering van een langstudeerboete van 3500 euro, liggen de Amerikanen al decennialang krom, zonder het vooruitzicht op een schappelijke lening van de IB-Groep (tegenwoordig DUO).

Het gevolg van de absurd hoge collegekosten is dat zich aan Columbia University een duidelijke scheiding der studenten aftekent, met aan de ene kant de veelal zwaar gesubsidieerde Europeanen voor wie studeren toch vooral leuk moet blijven, en aan de andere kant de soms manisch ambitieuze Amerikaanse (en Aziatische)  academische alleseters, voor wie een masteropleiding niet meer dan een intermezzo is tussen een eerste goede baan en een volgende met nog hogere verdiensten, of een opstapje naar een lange carrière aan de universiteit.

Maar hoewel niet elke student dezelfde prioriteiten heeft, profiteert iedereen wel van de ongekende faciliteiten die Columbia biedt. Nee, de sportschool en de kantines zijn niet bepaald de paradepaardjes van dit ietwat zelfgenoegzame academische bastion, maar sinds de bibliotheken van de acht Ivy League universiteiten, waaronder Harvard, Yale, Cornell en Columbia zijn samengevoegd, hebben studenten wel de beschikking over de grootste verzameling boeken en archieven ter wereld. En dan zijn er nog de professoren die deze bibliotheken eigenhandig hebben volgeschreven. Ze zijn niet alleen inspirerend en soms intimiderend goed op de hoogte, maar ook uiterst benaderbaar. Omdat de meeste lessen in klasjes van zes tot tien studenten worden gegeven, krijgen studenten bovendien ongekend veel persoonlijke aandacht. En zo blijken sommige van de grootste verleidingen in New York niet eens buiten de poorten van de campus te liggen, maar gewoon op het prachtige terrein van Columbia University zelf.

Hans Hindriks volgt de tweejarige master International and World History aan LSE en Colombia University. Hij publiceert maandelijks zijn eigen magazine ‘Vreemde Staten’.