MarieZwetsloot1

 

Het bos staat in brand. Althans daar lijkt het op. De blaadjes kleuren van knalrood tot zandgeel, van donkerpaars tot oranje. Tussen de felle kleuren ontdek ik nog net een paar eenzame groene vlekjes van de dennen en sparren. In het midden van die vuurzee staan vier tentjes. Op een onbewoond eiland in een groot meer. Het enige echte vuurtje dat hier brandt, heb ik zelf drie uur geleden aangestoken. Mijn vrienden zitten er in een strakke kring omheen. Er liggen natte sokken op de stenen rondom het vuur. De eerste en enige fles rum is al bijna leeg.

Ik had mijn vrienden een relaxt weekendje kamperen en kanoën beloofd. In het natuurpark de Adirondacks. Dat liep net wat anders. Er staat een strakke harde wind. We hebben de hele dag geen zon gezien.  Het is een wonder dat er niemand met de kano is omgeslagen. Toch zijn al onze kleren vochtig. Er liggen minuscule druppeltjes op mijn wollen outdoor trui. De temperatuur keldert snel. Vannacht gaat het vriezen.

Een maand geleden was ik hier nog met mijn ouders. Die waren drie weken bij mij in Ithaca op vakantie. Toen ging het kanoën zo makkelijk. We werden gedropt in een rivier en hadden drie dagen om terug te peddelen. Alle dagen volop zon. Het was zelfs zo windstil dat je jezelf en de bomen om je heen terug kon vinden in het spiegelgladde wateroppervlak. Toch waren we niet de enige: schildpadden, vissen, herten, vogeltjes. Gelukkig geen beren. ’s Avonds rondom het kampvuur verhalen vertellen en naar de uilen luisteren. Er zijn weinig plekken in de wereld waar je op deze manier zo de wildernis kan intrekken. Maar vier uur vanaf Ithaca! Ik nam mij heilig voor dit paradijs vaker te bezoeken.

Deze keer geen wilde dieren. Waarschijnlijk is het ook voor hen te koud. Het makkelijke kanotochtje dat ik heb uitgekozen, duurt bij windkracht 6 drie keer zo lang. Bij mijn wiskunde vrienden sta ik te boek als de hippie, buitenliefhebber en actieveling. Meestal kunnen ze mijn ideeën wel waarderen. Wie houdt er niet van appels plukken, een wandeling door het bos of zwemmen in het meer? Deze keer ben ik bang dat ik te veel van ze heb gevraagd. Ze zien er moe uit. Gelukkig is er nog wel genoeg droog hout om het hele eiland in de fik te steken.

Iemand rekt zich uit en kruipt nog wat dichter naar het vuur toe. Ik verkramp. Nu gaat het komen. De eerste die gaat zeggen dat hij het een stom plan vindt: “Aaaah… this is the best weekend ever.” Ik voel de ontlading. Waar maak ik me zorgen om? Je moet wel erg blind zijn om niet van deze plek te kunnen genieten. De kleuren van de blaadjes warmen me op. Dit is het relaxte weekend dat ik hen heb beloofd. Vanavond om acht uur onze slaapzak in!